Robert Schilten

Klokkenmaker / Uurwerk Restauratie

Robert Schilten

Klokkenmaker / Uurwerk Restauratie

Robert Schilten

Klokkenmaker / Uurwerk Restauratie

Artikelen

Artikelen

– juni 2016 –

Een bijzondere stoelklok

Enkele jaren geleden vroeg mijn buurman of ik zijn stoelklok in orde zou willen maken. Geen probleem, gewoon een stoelklok, dacht ik. Maar tot mijn verbazing was het een bijzondere en vandaar dat ik er nu een artikel aan wijd.

Wat maakt deze stoelklok nou zo bijzonder? Het is er één met een ruitermechaniek. En wat nog bijzonderder is: dit mechaniek zit boven de wijzerplaat. Er zijn de laatste jaren wel meer stoelklokken opgedoken met een ruitermechaniek, maar deze zitten allemaal in de wijzerplaat verwerkt en dus niet boven het toplood van de wijzerplaat.

achterplank

Afb. 1

Bekijken we de kast dan vallen een aantal dingen op. Als eerste de achterplank (Zie afb. 2). Deze heeft een puntdak naar boven toe. Een puntdak? Dan denken de klokkenliefhebbers meteen aan een Ruempol, maar daar heeft deze klok niets mee van doen. Alhoewel de klok nog twee Achterhoekse kenmerken heeft, namelijk de wekkerlichting, maar daar kom ik later op terug, en ten tweede de constructie van de consolesteunen aan de achterplank. Deze zitten door de achterplank gestoken en worden met houten pennen op hun plaats gehouden.

achterplank

Afb. 2

Ten derde rust de kap van de kast op twee kleine consolesteunen. Dus net als de console zelf, alleen dan in een verkleinde versie (Zie afb. 3).

console

Afb. 3

En tenslotte zit er in het puntdakje nog een zolderplank waar boven het ruitermechaniek ronddraait (Zie afb. 4).

De gehele kast is ooit overgeschilderd of misschien wel meerdere keren. Die schilderingen zitten zo door elkaar, deels doorgesleten, dat ik het moeilijk vind om te kunnen ontdekken welke nou de originele is. De klant zijn wens was ook om het uiterlijk met rust te laten omdat hij zich deze zo herinnerde van jongs af aan.

 

ruitermechaniek

Afb. 4

Ruitermechaniek

Kijken we naar de wijzerplaat dan vallen daar ook enkele bijzonderheden op. Allereerst de bevestiging. Deze wijkt af van wat we normaal zien bij stoelklokken, met twee door de wijzerplaat gestoken bevestigingslippen aan de zolderplaat. Maar nu zitten er twee nokken achter op de wijzerplaat geklonken, deze rusten op de zolderplaat. En door middel van een voorsteekpen door de nok en zolderplaat te steken, bevestig je de wijzerplaat aan het uurwerk. Zo zie je aan de voorkant van de wijzerplaat dus niets van de bevestiging (Zie afb. 5).

wijzerplaat

Afb. 5

Het tweede wat opvalt, is het loodwerk op de wijzerplaat. Deze zit direct boven de geschilderde cijferring, waar normaliter nog ruimte is voor een geschilderd tafereel. Dit is gedaan om ruimte te creëren voor het ruitermechaniek (Zie afb. 6).

wijzerplaat

Afb. 6

Het type loodwerk is ook zeldzaam. Ik heb het een enkele keer eerder gezien op de tentoonstelling “Klokslag 2000” in de Freylemaborg te Slochteren. Nu nog te zien in de daarbij verschenen catalogus, op een uurwerk gesigneerd door Ubbo Claessens uit Scheemda in 1715. En één in het boek van Herman Bossink: Groningse klokken en uurwerkmakers, op pagina 102. Als iemand dit loodwerk elders gezien heeft, zou ik het leuk vinden om dat te horen.

Dan komen we bij de wijzer. Alleen een uurwijzer met daarop een ronde messing schijf geklonken met twaalf gaten, met de gestanste cijfers 1 t/m 12, waarin men op de gewenste wektijd een warteltje kan steken (dus niet schroeven). Deze methode van wekkerlichting komt ook in het oosten van Nederland voor (Zie afb. 7).

wekkerlichting

Afb. 7

 

 Getorste zuilen

Het uurwerk heeft ook bijzonderheden (Zie afb. 8). Om te beginnen is de achterplaat op dezelfde wijze gemonteerd als de wijzerplaat. Dus met twee geklonken nokken, die liggen op de zolderplaat en waardoor de voorsteekpennen zitten.

uurwerk

Afb. 8

Het uurwerk heeft mooie getorste zuilen en zware raderen. Ook de stijlen waar  de raderen tussen draaien zijn breed en dik. Vooral de middelste stijl valt op door zijn verbreding in het midden. Op deze verbreding zit de kloof gemonteerd die de aandrijfas van de ruiters draagt. In alle drie de stijlen is onderin een letter of symbool meegegoten. Het lijkt op een liggende hoofdletter K (Zie afb. 9).

hamerlichter

Afb. 9

 

Voorslag

Op de zolderplaat vallen twee dingen op. Het eerste is de bevestiging van de zijlood stukken. Dit geschiedt met twee schroeven, waar dit normaliter gebeurt met één schroef. Het tweede is de belbeugel. Deze steekt met beide uiteinden door de zolderplaat heen. Dus aan de onderzijde van de zolderplaat wordt deze geborgd met voorsteekpennen. Kijken we naar de bodemplaat, dan valt daar op dat de hamerlichter is gelagerd in een extra staander, die voor de hameras is bevestigd in de bodemplaat, en die dient tevens als stuiting voor de hamer. De ijzeren hamerlichter is dus niet gelagerd tussen de twee getorste stellingpoten, wat gebruikelijk is bij stoelklokken (Zie afb. 10).

hamerlichter

Afb. 10

Het slagwerk is uitgerust met een voorslag. Ook al iets wat normaliter niet voorkomt in stoelklokken. De voorslaglichter en de invallichter zijn van ijzer, net als de veer van de invallichter. Zodra de raderen van het slagwerk gaan draaien, wordt het mechaniek van de ruiters ook in werking gezet. Op het hartrad zit een gladde messing schijf geklonken. Hierop rust een eveneens gladde messing schijf, die geklonken zit aan de as waarop de ruiters bevestigd zitten (Zie afb. 11).

aandrijving ruiterts

Afb. 11

Het mooie van dit systeem is, dat wanneer het slagwerk stopt, de as met ruiters doorslipt. Dit is gedaan om te voorkomen dat de tanden van de ruiteraandrijving niet abrupt stil gaan staan, waardoor ze zouden kunnen afbreken. Opmerkelijk is nog dat de as waarop de ruiters zitten dwars door een tweede gat in de bel gaat (Zie afb. 12).

 

bel

Afb. 12

Wekkerrem

De ruiters zijn er in totaal vier, met hoofddeksel die allemaal een lans bij zich dragen. Tenminste ik denk dat het een lans is, misschien moeten het wel geweren voorstellen. De beschildering van de ruiters is helaas geheel verloren gegaan, zodat het gissen blijft hoe ze eruit hebben gezien. Wel is aan de vormgeving te zien dat ze een steek als hoofddeksel dragen.

De wekker is ook het vermelden waard. De uitlichting daarvan, daar heb ik het al over gehad. De wekkerrem is bijzonder. Deze is niet heel zwaar uitgevoerd, maar als gewicht om de wekker te remmen, heeft de klokkenmaker een draad op de lichter geklonken met aan het uiteinde een messing bol. De wekkerhamer is fraai vormgegeven. De veer die ervoor zorgt dat de wekkerhamer niet op de bel blijft rusten, is in dit geval gemaakt van staaldraad. Deze is bevestigd door twee gaatjes  in de voorste stijl (Zie afb. 13).

wekkerhamer

Afb. 13

 

Tja, wie zal de klok nou gemaakt hebben, en wanneer? Kijkend naar het gebruik van ijzer, de getorste zuilen, het afwijkende slagwerk en het toplood op de wijzerplaat, heb ik het vermoeden dat de klok te plaatsen is in de Noord-Oostelijke regio van ons land. Wat we tegenwoordig Groningen noemen. Dan zijn er nog de initialen die geschilderd zijn boven op het uurwerkplankje. Dit uurwerkplankje is trouwens van opzij en achter mooi afgewerkt met profielranden. De initialen zijn G.T. In de boeken kom ik met deze initialen niet veel verder. In het boek van Bossink: Groningse klokken en uurwerkmakers, is op pagina 74 een soortgelijke signatuur te zien, ook op de stoel, maar hier wordt niet verder op ingegaan. Om stoelklokken te dateren is zeer lastig, omdat er zolang aan dezelfde werkwijze is vastgehouden. Maar gezien de kwaliteit en de forsheid waarin de klok is gemaakt zou ik de klok 2e kwart 18e eeuw willen dateren.

Zetten we even alle bijzonderheden op een rij:


Afwijkende achterplank met een puntdakje. (Oost-Nederland)


Bevestiging van de consolesteunen in de achterplank. (Oost-Nederland)


Consolesteunen onder het dakje.


Bijzondere wekkerrem.


De instelling voor de wekker. (Oost-Nederland)


Wijzerplaat en achterplaat bevestiging.


Niet veel voorkomend loodwerk op de wijzerplaat.


Beide loodstukken op de zolder met twee schroeven.


Ruitermechaniek boven de wijzerplaat.


Afwijkende hamerlichter.


Extra brede middelste stijl voor het mechaniek.


Slagwerk met voorslag.


Gebruik van ijzeren lichters. (Oost-Nederland en/of Gronings)


 

 

– maart 2015 –

Een provinciaalse staande klok

Vaak als ik weer eens een bijzondere klok onder handen heb, denk ik bij mezelf, eigenlijk moet ik daar iets over schrijven. Het lijkt mij leuk en ook waardevol om kennis en vooral de vraagtekens met anderen te delen. Ik zou het dan ook leuk vinden als iemand aanvullende informatie heeft, om die uit te wisselen. Zo kreeg ik enkele maanden geleden de vraag een staande klok te restaureren. Op het eerste gezicht een Amsterdams staande klok, echter gesigneerd; G: Van Cuik me fecit  s Antonius. De kast ziet er eenvoudig uit, maar roept her en der vraagtekens op. Daar kom ik later op terug.

Het uiterlijk van de wijzerplaat is wat doorleefd. Enige slijtage aan de verzilveringen en de kleurlak. De plaat zelf is gemaakt van een relatief dunne messing plaat en zit bevestigd op het uurwerk met ijzeren bevestigingspoten. De cijferring wijkt af met zijn rijk gegraveerde ruimtes tussen de uurcijfers, wat hem een drukke uitstraling geeft. De indeling van de wijzerplaat is vrij eenvoudig (Zie afb. 1).

robert schilten

Afb. 1: De wijzerplaat

 

Naast de tijdsaanduiding tot op de seconde is ook de maanstand met hoogwaterstand voor Amsterdam en datum af te lezen. De gravering in de toog laat aan de linkerzijde iemand zien die zaait en in het halfronde segment is de nacht te zien bij een zeilend schip op zee. Aan de rechterzijde is iemand te zien die oogst. In het halfronde segment is een ochtendgloren te zien boven het land (Zie afb. 2).

robert schilten

Afb. 2: Gravering in de toog

Tegenpolen

Het zijn dus elkaars tegenpolen: zaaien en oogsten, nacht en dag, water en land. Op een wijzerplaat van J.P. Kroese en Zoon vinden we eenzelfde gravering in de toog (Zie afb. 3).

robert schilten

Afb. 3: Zelfde tooggravering op wijzerplaat van J.P. Kroese

Hieruit zou je kunnen concluderen dat in ieder geval de wijzerplaat uit Amsterdam is betrokken of daar in opdracht is gegraveerd. Ik denk dat laatste, want Amsterdamse wijzerplaten hebben nooit ijzeren bevestigingspoten. Tenslotte heeft niemand uit het Oosten van Nederland er iets aan te weten wanneer het hoog water is in Amsterdam. Het medaillon is verfraaid met een uitgezaagde en gegraveerde plaat met de signatuur van de maker (of in ieder geval de verkoper). De secondewijzer is ooit vervangen door een fantasiemodel uit blik. Deze is weer vervangen door een passend model. De andere wijzers zijn fraai van model en netjes gemaakt.

 

Vleugelschroeven

Het acht dagen lopende platine uurwerk heeft de nodige kenmerken die afwijkend zijn van de standaard Amsterdamse uurwerken (Zie afb. 4).

Afb. 4: Het achtdaagse platine uurwerk

Afb. 4: Het achtdaagse platine uurwerk

Om te beginnen de bevestiging van het uurwerk. Dit geschied door de onderkant van het plankje waarop het uurwerk staat met twee enorme “vleugelschroeven” (Zie afb. 5).

robert schilten

Afb. 5: Enorme vleugelschroeven

Op deze afbeelding is ook te zien de afwijkende bevestiging van de snaren. Deze zijn geknoopt aan twee schroefogen onder in het plankje. De platines zitten aan elkaar bevestigd met vijf stellingpoten. Het bijzondere hiervan is dat deze stellingpoten aan weerszijden worden bevestigd met voorsteekpennen (Zie afb. 6).

robert schilten

Afb.6: Voorsteekpennen

Ankerkloof

De grondraderen zijn op een afwijkende manier bevestigd aan de wals. Waar dit normaal wordt gedaan met een kleine borgplaat zijn de borgplaten hier zo groot dat de diameter reikt tot op de tandkrans. Je ziet dus geen spaken meer (Zie afb. 7).

robert schilten

Afb. 7: Grondrad met dubbelwandige wals AnkerkloAnkerkloof

De wals is dubbelwandig. Iets wat ik ook nog nooit ben tegengekomen. De binnenste wand is van dik messing en gewoon glad, terwijl de buitenste wand, ook van messing, dun is en de groeven bezit. Deze groeven zijn geforceerd. Wat ook in het oog springt, is de ankerkloof. Deze is van staal gemaakt en is van een zwevend model. Dus niet zoals gebruikelijk een brug, aan weerszijden geschroefd, maar nu maar aan één zijde geschroefd. Hierop is de slingergalg geklonken, die dan weer van messing is en deze heeft meerdere inkepingen om de slinger in verschillende posities te hangen (Zie afb. 8).

robert schilten

Afb. 8: Geklonken slingergalg

Het anker is bevestigd op een mooi gedraaide messing bus. De drijver is bijzonder gebogen van vorm, maar dit is mijns inziens wel origineel.

Repetitielichter

In het wijzerwerk valt op dat het wisselrad op een stalen rondsel zit bevestigd. De lagering is op een stalen schroefas, wat inhoud dat dit rad staal op staal loopt. In dit geval geen beste combinatie omdat men vergeten was dit draaipunt te smeren. Wat tot gevolg had dat het wisselrad muurvast zat, met roest. Ook valt de vorm van de kloof van het uurrad op. Deze is in tegenstelling tot de andere onderdelen van vrij dun messing vervaardigd en smaller dan gewoonlijk (Zie afb. 9).

robert schilten

Afb. 9: Wisselrad

Leuk detail is dat in de drie kalender raderen die de maanschijf aandrijven het aantal ingedraaide sierringen de volgorde van monteren aangeven.  Het slagwerk vertoont weinig bijzonderheden. Naast robuuste lichters is de repetitielichter ook nog het vermelden waard. Deze wordt als enigste lichter of rad niet op zijn plaats gehouden door een voorsteekpen, maar door zijn veer die deels de lichter omvat (Zie afb. 10). De wisselaar voor de hamerlichters is gemaakt van messing terwijl deze normaliter van staal zijn gemaakt.

robert schilten

Afb. 10: Repetitielichter

Kwartierslag

Van origine is het slagwerk gemaakt met een kwartierslag. De uitlicht pennen voor de kwartieren waren verwijderd uit het wisselrad. Deze zijn weer teruggeplaatst. De hamerveren zijn laag in het uurwerk geplaatst, wat inhoudt dat ze vrij grote bogen hebben om toch bij de hamers uit te komen. De repetitielichter en de wekkerlichter zijn van ijzer gemaakt. Ook dit wijkt af van een standaard Amsterdams uurwerk.

Of van Cuik (Cuijk) het uurwerk zelf heeft gemaakt, is niet met zekerheid te zeggen. Maar gezien het veelvuldige gebruik van staal in het uurwerk, wat toch kenmerkend is voor Oost-Nederland, en ook de opgesomde bijzonderheden, is het heel aannemelijk dat het uurwerk in deze streek is gemaakt. Er zijn wel andere klokken bekend van Gerardus van Cuijck, maar die hebben een meer provinciale uitstraling.  Deze klok is de enigste met zo’n Amsterdamse uitstraling.

Houtworm

De kast is gerestaureerd door de meubelrestaurator, Michiel van den Ent te Zutphen. Deze constateerde dat er in het verleden veel aan de eiken met noten gefineerde kast is gedaan. Niet ten goede van de kast. Vele lijsten en stukken fineer waren vervangen door andere houtsoorten, zoals maranti en iepen. Het zaagwerk in de kap was ooit vervangen door grof gezaagd noten triplex. De onderkast bleek behoorlijk aangetast te zijn door nog actieve houtworm en tot slot was de gehele kast gelakt met een synthetische lak.

Oud glas

Allereerst is de kast vergast zodat alle nog aanwezige houtworm met zekerheid gedood is. Vervolgens is de laklaag verwijderd, waardoor de tekening van het hout en de ingelegde delen weer duidelijker zichtbaar werden. Het zaagwerk in de kap is geheel vervangen, evenals de vele in het verleden vervangen lijsten van verkeerde houtsoorten. Het achterschot, wat ooit vervangen was door vuren is weer vervangen door eiken. Het snijwerk bovenop de deur van de romp was ooit vervangen door een vormeloos fantasiemodel. De meubelmaker heeft een verkleinde kopie gemaakt van de kuif op de kap. Tenslotte heeft hij al het moderne glas vervangen door mooi oud glas, waar wat oneffenheden in zitten.  De kast is uiteindelijk afgewerkt met was zoals dit gebruikelijk was in de 18de eeuw (Zie afb. 11).

 

robert schilten

Afb. 11: De klok in gerestaureerde staat

 

 

Even alle bijzonderheden op een rij:


01: het veel gebruik van ijzer.


02: de bevestiging van zowel het uurwerk als de snaren.


03: de stellingpoten zijn aan weerszijden met voorsteekpennen bevestigd.


04: de opwindtrommels zijn dubbelwandig en de groeven geforceerd.


05: de bevestiging van de grondraderen met grote borgplaten.


06: de afwijkend gevormde ankerkloof.


07: de dunne kloof voor het uurrad


08: de messing hamerwisselaar


09: het ijzeren rondsel van het wisselrad


10: de dunne wijzerplaat met zijn ijzeren bevestigingspoten


11: het afwijkend graveerwerk op de cijferring


12: de gewichten met hun ophangogen